U bevindt zich op: Home Kennisplein 10 gouden securityregels

10 gouden securityregels

1. Eigen veiligheid voorop

Biosafety regels borgen het veilig werken met biologische agentia. Een goed functionerend biosafety systeem is een voorwaarde voor een goed werkend biosecurity systeem. Door veilige en beveiligde werkomstandigheden te creëren, worden incidenten en verspreiding van biologische stoffen voorkomen. Zorg voordat je begint met werken in een lab dat voldoende en juiste voorzorgsmaatregelen getroffen zijn en of jij en collega’s de gedragsregels en werkregels naleven. Durf collega’s aan te spreken op onveilige situaties en ben bewust van de risico’s die het werken met risicovolle agentia met zich meebrengt. De cultuur in de organisatie is belangrijk voor veilig werken.

2. Deur dicht

Naast veilig werken (biosafety), moet je ook je werk beveiligen (biosecurity). Als met risicovolle ziekteverwekkers gewerkt wordt, wees je dan bewust van de effecten die die deze agentia kunnen hebben op gezondheid en milieu, en realiseer je de gevolgen van diefstal of misbruik door kwaadwillenden. Fysieke beveiliging van laboratoria en opslagplekken van biologisch materiaal en kennis is belangrijk. Zorg dat biologische agentia en kennis goed opgeslagen en beveiligd zijn, en dat alleen geautoriseerde personen toegang hebben.

3. Toets en begeleid bezoeker

Bezoekers dienen een zichtbare pas te dragen en ruimtes niet onbegeleid te betreden. Laat bezoekers niet aan hun lot over en spreek personen aan die zich op plekken bevinden waar voor ze niet geautoriseerd zijn. Maak een afweging of gastmedewerkers, tijdelijke werknemers, studenten en onderhoudstechnici toegang krijgen tot laboratoria en opslagplekken van biologische agentia.

4. Weet hoe en waar je mee werkt

Kennis van biologische agentia is belangrijk zowel veilig werken met, als het beveiligen van, biologische agentia. Zorg dat je op de hoogte bent van de kenmerken van het agens en dat actuele factsheets voor handen zijn. Biologische agentia kunnen een ‘dual-use’ karakter hebben. Dat wil zeggen dat ze naast een medische of technologische toepassing, potentieel misbruikt zouden kunnen worden als biologisch wapen. Voor infectieuze biologische agentia gelden export- en transportregels en transportbeveiligingsregels. Doe een risicoanalyse waarin zowel biosafety als biosecurity risico’s in kaart zijn gebracht en zorg dat deze risico’s afgedekt zijn. Houd een actuele lijst van biologische agentia en opslagplaats bij, zodat in geval van calamiteiten de respons goed verloopt en hulpverleningsdiensten ondersteund kunnen worden.

5. Zorgvuldig met informatie

Ga zorgvuldig om met informatie en kennis over biologische agentia en technologieën. Inventariseer welke data gevoelig of vertrouwelijk zijn, en wees je bewust van de gevolgen van het communiceren of publiceren van deze informatie. Zorg dat gevoelige of vertrouwelijke informatie beveiligd is, denk hierbij aan het versleutelen van USB-sticks, harde schijven, laptops en het op en afgesloten plek bewaren van labjournaals. Ga secuur en bewust om met rechten die het werken met risicovolle biologische agentia met zich mee brengt.

6. Opgeruimde werkplek

Een opgeruimde en schone lab-bench is een veiligere werkplek en voorkomt spil en incidenten of (moedwillige) accidenten. Voorkom opslag van ongelabelde biologische agentia, reagentia en ‘wees’ materiaal. Immers, epjes en buizen waarvan niet zeker is wat er in zit kunnen toch niet meer voor onderzoek, validatie of publicatie gebruikt worden en kunnen juist tot onveilige situaties leiden. Zorg dat agentia gecodeerd opgeslagen zijn op beveiligde plekken waar alleen geautoriseerde personen bij kunnen.

7. Vergrendel computer

Bij het verlaten van een ruimte, vergrendel de computer of log uit. Zorg dat digitale mappen met beveiligde informatie waar je voor geautoriseerd bent niet voor anderen inzichtelijk zijn. Ben bewust van de waarde en gevoeligheid van de informatie, data en protocollen op de computer.

8. Alles op slot

Sluit direct na werkzaamheden de vriezers, koelkasten, bureauladen, lab- en werkruimten af. Dit voorkomt onveilige situaties waarin bedoeld of onbedoeld anderen toegang hebben tot kennis of agentia. Denk hierbij aan veiligheid van schoonmakers, de technische dienst en studenten.

9. Onraad? Bel!

In geval van calamiteiten: weet wie je moet waarschuwen voor een snelle respons. Alarmeer direct de achterwacht, de (biologische)veiligheidsfunctionaris of de (bedrijfs)hulpverleningsdienst. Meldt incidenten, ongevallen en diefstal van biologische agentia. Signaleer afwijkend gedrag van collega’s, ondersteunend personeel en bezoekers. Zorg dat er een integriteitsbeleid is waar mensen anoniem misstanden kunnen melden.

10. Handel volgens de gedragscode en procedures

Houd je aan de biosecurity gedragscode en richtlijnen. Personeel dient goed opgeleid zijn en moet de procedures voor biosafety en biosecurity kennen en kunnen volgen.  Medewerkers dienen zowel praktische en theoretische ervaring en kennis te hebben van het werken met biologische agentia. Biosecurity is een verantwoording voor iedereen in de organisatie, dus wees je bewust van de risico’s en spreek anderen aan op onveilig werken. Train gevaarlijke situaties en calamiteiten, weet wat te doen bij ongevallen en diefstal.

 

Meer informatie?

www.bureaubiosecurity.nl
www.biosecuritytoolkit.com doe de biosecurity-zelfscan
 

Zoeken:

Service